De hitte van 2026
Ik hou niet van de zomer.
Dat klinkt misschien onlogisch voor iemand die dol is op haar tuin. Want dát deel van de zomer vind ik prachtig. Alles groeit en bloeit, de bijen en hommels hebben het druk, de vogels badderen in hun waterbakjes en zodra het donker wordt, komen de egels buurten.
Maar warmte, en zeker de hitte?
Die mag van mij wegblijven.
En deze zomer krijgen we er nogal veel van. De ene hittegolf lijkt nog niet voorbij of de volgende dient zich alweer aan. Tegelijkertijd zien we beelden van droogte en enorme natuurbranden in Europa.
Dat is niet alleen een gevoel. Langdurige droogte en opeenvolgende periodes van extreme warmte zorgen voor omstandigheden waarin het groen uitdroogt en natuurbranden zich makkelijker kunnen uitbreiden.
Voor mij heeft warmte nog een andere kant.
Wanneer warmte je vijand kan zijn
Ik heb een neurologische aandoening waardoor mijn lichaam niet goed overweg kan met warmte. Een kleine stijging van mijn lichaamstemperatuur kan ervoor zorgen dat de neurologische klachten die ik altijd wel heb, tijdelijk sterker worden.
De warmte veroorzaakt ze dus niet, maar verergert ze. Warmte en hitte maken me duidelijk dát en waar mijn lijf een kwetsbaar systeem is. Zodra mijn lichaam weer afkoelt, nemen die extra klachten ook weer af.
En precies daar moest ik deze zomer steeds vaker aan denken.
Wat gebeurt er eigenlijk met een systeem dat steeds opnieuw aan extreme warmte wordt blootgesteld?
Mijn lichaam is natuurlijk geen klimaatmodel en mijn zenuwstelsel is geen ecosysteem zoals de natuur.
Maar omdat ik zelf heel letterlijk ervaar wat warmte kan doen met een systeem dat op bepaalde plekken kwetsbaar is, denk ik vaker na over hoe kwetsbaar de natuur is.
En dan kijk ik naar buiten.
Naar uitgedroogde grond. Naar planten die hun bladeren laten hangen. Naar lage waterstanden. En naar de beelden van natuurbranden die deze zomer opnieuw grote gebieden treffen.
Langdurige hitte en droogte veranderen de omstandigheden. Vegetatie droogt uit en als er dan ergens vuur ontstaat, bijvoorbeeld door bliksem, brandstichting of een achteloos weggegooide sigarettenpeuk, kan dat zich makkelijker ontwikkelen tot een grote natuurbrand.
De warmte is niet per se de oorzaak van het oorspronkelijke probleem.
Ze vergroot de kwetsbaarheid.
En misschien is het juist die overeenkomst die me deze zomer zo bezighoudt.
Maar toch: ik hou van de seizoenen
Het gekke is dat ik ondanks mijn afkeer van hitte helemaal niet sta te juichen bij het idee dat de zomer straks voorbij is.
Mijn tuin wordt stiller. De natuur gaat in de ruststand, de bloemen verdwijnen langzaam. De avonden worden korter. De egels zie ik op een gegeven moment niet meer en voor je het weet staan we aan het begin van twee lange, donkere seizoenen.
Daar zit voor mij altijd iets melancholisch in, en tegelijkertijd iets moois.
Het leven verplaatst zich weer wat meer naar binnen. De kleuren en geuren veranderen. De eerste trui komt uit de kast. Regen tegen het raam voelt ineens niet vervelend, maar welkom.
Die wisseling is ook wel nodig.
Niet ieder seizoen voelt hetzelfde en dat is net de charme ervan.
Misschien hoeven we zelf ook niet altijd hetzelfde te voelen.
Na deze zomer merk ik in ieder geval dat ik steeds meer verlang naar een paar graden minder. Naar regen. Naar rust.
En misschien ook gewoon een beetje naar troost.



